In bijna elke vergadering is er een moment waarop de richting verandert. Niet dramatisch. Niet zichtbaar. Maar wel voelbaar. Het moment waarop één deelnemer het podium betreedt, de richting bepaalt en de rest volgt. Niet omdat iedereen het ermee eens is. Maar omdat het makkelijker is om mee te doen dan om de stilte te doorbreken.
Marianne herkent dit. Ze zit in haar MT-vergadering. Geert pikt een idee op en legt meteen de link met structuur en planning. Angelique sluit zich hierbij aan. De energie stroomt. Maar halverwege valt haar iets op: twee collega's hebben nog niets gezegd. Ze kijken toe, luisteren, knikken af en toe. Na afloop, bij de koffie, zegt een van hen: “Ik wilde iets bijdragen, maar het ging zo snel.” Die zin blijft hangen. Omdat het niet de eerste keer is.
Het patroon dat niemand noemt
In veel teams zijn het altijd dezelfde mensen die het woord nemen. De snelle praters, de luide denkers. Mensen die hun gedachten vormen terwijl ze praten. Ze zijn waardevol, ze brengen tempo, structuur, richting, maar ze nemen ook ruimte in. Niet uit kwaadaardigheid, maar ongemerkt. Aan de andere kant zijn er de stille krachten. Mensen die eerst denken en dan spreken. Die nuances zien die anderen over het hoofd zien. Die uit praktische ervaring weten hoe iets echt werkt, maar wachten op een opening of vraag die nooit komt. Het resultaat? Het gesprek voelt gehaast en oppervlakkig. Beslissingen klinken logisch, maar worden niet breed gedragen. We denken dat we samenwerken, maar in werkelijkheid komt slechts een deel van onze collectieve wijsheid naar boven. Dit is geen probleem van Marianne. Dit is een groepsdynamisch probleem. Het is veel groter dan wij als managers denken.
Marianne
Wat onderzoek ons vertelt - vijf inzichten die er toe doen
1. Luide denkers nemen 70% van de gesprekstijd in beslag
Onderzoek naar groepsdynamica toont consequent aan dat in een gemiddelde vergadering twee tot drie van de acht mensen het leeuwendeel van de spreektijd in beslag nemen. De rest voegt toe aan het gesprek, bevestigt of zwijgt. Dit is geen bewuste keuze; het is een groepsnorm die zich van nature vormt. Kurt Lewin, grondlegger van groepsdynamica, beschreef al in 1945 hoe groepen normen ontwikkelen die bepalen wie spreekt en wie luistert. Deze normen zijn hardnekkig. Ze veranderen niet vanzelf.
Wat dit betekent voor je MT: als je na een vergadering het gevoel hebt dat “we het samen hebben besproken”, dan is dat waarschijnlijk niet waar. Je hebt gehoord wat de snelste denkers dachten. Dat is iets anders.
2. Stille teamleden produceren betere ideeën, maar delen ze niet
Dit klinkt tegenstrijdig, maar verschillende onderzoeken bevestigen het. Introverte denkers scoren consequent hoger op de kwaliteit van ideeën in brainstormsessies, mits ze de ruimte krijgen om individueel na te denken voordat de groep begint. Het probleem: in een traditionele vergadering krijgen ze die ruimte niet. De uitgesproken denker is al bezig terwijl de stille collega zijn gedachten nog aan het formuleren is.
Harvard Business Review beschreef dit als het “doof voor de stilte” fenomeen: 60% van de managers interpreteert dominantie als leiderschap en stilte als een gebrek aan inbreng. Terwijl het precies het tegenovergestelde kan zijn. De stille collega heeft vaak het scherpste inzicht, maar niemand vraagt erom.
3. Groepsdenken is de onzichtbare saboteur
Irving Janis (1972) introduceerde het concept groepsdenken na het analyseren van historische blunders. Zijn conclusie: groepen die te snel consensus bereiken, missen cruciale signalen. Dominante stemmen creëren een schijnbare unanimiteit. Afwijkende meningen worden niet onderdrukt, ze worden gewoon niet geuit.
Solomon Asch toonde in zijn beroemde experimenten (1951) aan dat 75% van de mensen zich conformeert aan een groepsopinie, zelfs als die aantoonbaar onjuist is. Niet uit overtuiging, maar uit sociale druk. In een MT betekent dit dat als Geert en Angelique het met elkaar eens zijn, de kans groot is dat de rest volgt. Niet omdat ze het met elkaar eens zijn, maar omdat afwijken ongemakkelijk voelt.
Voor managers als Marianne is dit een waarschuwing: snelle consensus is geen teken van goede samenwerking. Het kan een teken zijn van onderdrukte diversiteit.
4. Inclusieve teams presteren 35% beter
McKinsey's onderzoek naar diversiteit en inclusie (Diversity Wins, 2020) laat zien dat teams waarin alle stemmen worden gehoord 35% beter presteren dan teams met dominante patronen. Dit gaat niet over politieke correctheid. Dit gaat over betere beslissingen. Meer perspectieven betekent meer informatie. Meer informatie betekent minder blinde vlekken. Minder blinde vlekken betekent betere resultaten.
Een meta-analyse in het Journal of Applied Psychology voegt toe dat stemongelijkheid in teams de prestaties met 25% verlaagt. Inclusie verhoogt de prestaties met 21%. De cijfers zijn duidelijk, maar ze in praktijk brengen blijkt moeilijk.
5. De leider bepaalt de norm, bewust of onbewust
Hackman's onderzoek naar teameffectiviteit laat zien dat de leider de toon zet voor wie er daarna spreekt. Als de leider als eerste spreekt, volgt de groep zijn patroon. Als de leider ruimte maakt voor stilte, verandert de dynamiek. Bion (1961) beschreef hoe groepen ‘afhankelijkheid’ ontwikkelen: leden vertrouwen op de dominante figuur voor richting. De leider hoeft niet de luidste te zijn om het gesprek te sturen. Aanwezigheid, lichaamstaal, de eerste vraag - deze bepalen alles.
Dit patroon is zo hardnekkig omdat dominante stemmen productief aanvoelen. Het gesprek gaat snel, er worden dingen gezegd, er lijkt richting te zijn. Dat geeft een gevoel van controle, precies waar een managementteam onder druk naar op zoek is. Maar het is valse controle, want de inbreng is beperkt. De perspectieven zijn eenzijdig. De mensen die het dichtst bij de praktijk staan, de medewerkers die klanten spreken, die processen zien haperen, die weten waar de echte problemen liggen. Zij zitten echter niet aan tafel of zwijgen.
Dit sluit aan bij wat we eerder beschreven over overlegdruk: meer mensen toevoegen voor “overzicht” maakt het niet beter. Het maakt het omslachtiger. De oplossing is niet om meer stemmen aan tafel te krijgen. Het is om de juiste stemmen te hebben, die de juiste ruimte krijgen.
Voor Marianne betekent dit dat het niet haar rol is om het gesprek te leiden. Haar rol is om het gesprek te faciliteren. Dat klinkt subtiel, maar het verschil is enorm.ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.
Waar moet je beginnen?
De verleiding is groot om dit “op te lossen” met een workshop, een teamdag of een nieuwe vergadervorm. Patronen kunnen echter niet worden veranderd met een enkele interventie. Ze veranderen door kleine, herhaalde verschuivingen.
Probeer dit in je volgende MT-vergadering:
Begin met twee minuten stilte. Stel een vraag en laat iedereen eerst zelf nadenken en een antwoord opschrijven. Pas daarna volgt de discussie. Dit doorbreekt het patroon van de snelste spreker. Het geeft de stille denkers gelijke kansen. Het verandert de kwaliteit van de discussie merkbaar, meteen vanaf het begin.
Gebruik een round-robin als het belangrijk is. Niet voor elk agendapunt, maar voor de grote vragen, de strategische keuzes, de moeilijke beslissingen. Geef iedereen 60 seconden om zijn ideeën in te brengen. Geen reacties, geen discussie! Zorg eerst dat alle perspectieven op tafel liggen en begin dan het gesprek.
Vraag expliciet om de stille stemmen. Niet als trucje, maar als gewoonte. “We hebben drie perspectieven gehoord. Zijn er nog meer?” Soms is die ene vraag genoeg om een andere stem uit te nodigen die alles verandert.
Het verband met minder vergaderingen
Dit thema staat niet los van onze eerdere verkenning van vergaderdruk en voortdurende verbetering. Sterker nog, het versterkt het.
Lencioni's tactische vergadering werkt beter als alle stemmen worden gehoord in de bliksemronde. Obeya borden maken input zichtbaar, zelfs van mensen die niet hardop spreken. A3 probleemoplossing vereist per definitie meerdere perspectieven in de oorzakenanalyse. En retrospectives werken alleen als iedereen zich veilig genoeg voelt om eerlijk te zijn.
De gereedschappen zijn er. De structuren zijn er. Ze werken echter alleen als de groepsdynamiek het toelaat. En die dynamiek begint bij jou als leider.
Wat roept dit bij je op?
Observeer tijdens je volgende vergadering bewust het patroon. Wie spreekt het eerst? Wie spreekt het langst? Wie zwijgt? En wat zou er gebeuren als je dat patroon doorbreekt?
Misschien ontdek je dat de beste ideeën al in de ruimte aanwezig zijn. Ze wachten gewoon op ruimte.
Een techniek die je met je team kunt proberen
Ontdek wat ons motiveert in ons werk en hoe dit verschilt voor verschillende teamleden en verschillende situaties.
Deze techniek gebruikt kaarten met motivatoren om onze drijfveren te onderzoeken. Wat is het belangrijkste om ons gemotiveerd te houden, krijgen we daar genoeg van, en hoe kunnen we dat verbeteren?
- Toename van wederzijds vertrouwen
- Verbeterd vermogen om onze motivatie hoog te houden
- Meer plezier op het werk